Sacramenten

De zeven sacramenten

De rooms-katholieke Kerk kent zeven sacramenten. Hieronder vindt u algemene informatie over de sacramenten.

De sacramenten zijn als volgt te verdelen:

  • doop, vormsel en eucharistie hebben te maken met je levensweg, de weg van Christenen;
  • huwelijk en wijding zijn sacramenten van de levensstaat;
  • ziekenzalving en het sacrament van boete en verzoening (en eucharistie) zijn gericht op de heelmaking van de mens, op verzoening met God en met elkaar, hoop, vertrouwen en kracht.

Voor informatie over de bediening van de sacramenten en eventuele afspraken kunt u terecht bij de parochiecoordinator mevrouw M, Van Meel of één van de parochiepastores. Zie de website voor het telefoonnummer resp. emailadres.

De zeven sacramenten zijn:

Doop

DopelingHet doopsel is een begin. Het woord ‘doop’ komt van onderdompelen in het water. Water is het element van (nieuw) leven. Het doopsel brengt een persoonlijke relatie met Jezus tot stand. Door het doopsel word je opgenomen in de gemeenschap van de gelovigen, rond het lichaam van Christus. Men kan het doopsel maar éénmaal ontvangen: het kan niet herhaald worden. Met de doop ontvang je het watermerk van ‘bij Christus horen’.

In beginsel kan iedereen het doopsel ontvangen. Sinds eeuwen wordt het doopsel aan kinderen toegediend. Je ontvangt dan het doopsel op grond van het geloof van je ouders. Ouders van doopkinderen en volwassenen die gedoopt willen worden ontvangen het doopsel meestal na een voorbereidingstijd. In de voorbereiding wordt ingegaan op de betekenis van de doop, op je eigen geloof en op de geloofsgemeenschap waarvan je lid wordt. Voor geestelijke steun en begeleiding van de dopeling en de ouders (als er sprake is van een jong kind) wordt een peter of meter gevraagd. Tijdens de doopplechtigheid hebben ook zij een taak.

Doopviering

Bij een gewone doop wordt de dopeling, na de naamgeving, driemaal begoten met water, terwijl de tekst ‘Ik doop je in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest’ wordt uitgesproken. De zalving met chrisma voltooit de doophandeling.

De dopeling kan tijdens de viering bekleed worden met een wit gewaad, als teken van nieuwe levensstart. Ook het zout is een veel gebruikt symbool in een doopviering. Het wordt dan aan de dopeling gegeven opdat hij/zij smaak krijgt voor het leven. De ouders ontvangen (soms uit handen van de peetouder) de doopkaars, teken van Gods liefde dat Licht verspreidt in de levens van mensen. De doopkaars kan in het leven van de dopeling een rol gaan spelen door hem te branden op belangrijke momenten. Wanneer de dopeling het sacrament van de Eucharistie voor het eerst ontvangt (Eerste Communie) en bij het sacrament van het Vormsel brandt de doopkaars. In sommige delen van het land is het de gewoonte dat de doopkaars uiteindelijk bij de uitvaart in de kerk (bij het Maria-altaar) opbrandt.

Bij een doopviering van volwassenen, wordt de doopplechtigheid in de regel direct gevolgd door het vormsel en de eerste communieviering. Vaak gebeurt dit in de Paasnacht, de nacht die staat voor nieuw leven. Zo was het ook in oude tijden. Doop, vormsel en eerste communie horen bij elkaar, dan is de opname in de kerk voltooid en neem je deel aan de Blijde Boodschap (Evangelie).

Vormsel

VormselIn de vroege gebruiken van de katholieke kerk heeft men aan de handoplegging een zalving met welriekende olie (chrisma) toegevoegd. Dit deed men om beter de gave van de heilige Geest aan te duiden. Deze zalving verduidelijkt de naam van ‘christen’, wat ‘gezalfde’ betekent.

De zalving bestaat nu nog steeds in het sacrament van het vormsel. Het is de bekrachtiging van het doopsel. Meer nog is het vormsel de voltooiing van de gave van de Geest die in het doopsel werd gegeven. Eigenlijk wordt het vormsel nog steeds zo toegediend als in de eerste eeuwen. Iedere gedoopte die nog niet is gevormd, kan het sacrament van het vormsel ontvangen. De bisschop zalft een mens die verstandig genoeg is om zijn eigen keuzes te maken. Het vormsel wordt veelal toegediend aan jonge mensen die als kind zijn gedoopt. Ze kunnen nu zelf verantwoordelijkheid dragen en zelf ‘ja’ zeggen tegen de geloofsgemeenschap waarin zij door het doopsel zijn opgenomen. In het vormsel bevestigt de Heilige Geest het ‘ja-woord’ van de vormeling, geeft kracht om te blijven geloven en de Blijde Boodschap (Evangelie) door te geven.

Vormselviering

Na de lezingen begint de vormselviering met de presentatie van de vormelingen. Zij worden bij hun naam geroepen. Vaak wordt de presentatie ook na de preek gedaan. Na de preek (homilie) van de bisschop of zijn vertegenwoordiger volgt de vernieuwing van de doopbelijdenis door de vormelingen. Vervolgens strekt de bisschop, of zijn vertegenwoordiger, zijn handen over de vormelingen uit en bidt dat hen de gaven van de heilige Geest mogen worden geschonken. Dit wordt de handoplegging genoemd. De kernhandeling van het vormsel is de zalving met chrisma (heilige olie) van de vormeling onder handoplegging. De bisschop of zijn vertegenwoordiger legt zijn hand op het hoofd van de vormeling en tekent hem met chrisma in de vorm van een kruis. Hij zegt: “Ontvang het zegel van de heilige Geest, de gave Gods”. Tijdens deze zalving staat de vormeling tussen zijn beide ouders, die ieder een hand op de schouder van hun kind leggen. De viering van het vormsel wordt beëindigd met de voorbede, waarna doorgaans de tafeldienst (eucharistie) volgt.

Wijding van het chrisma

De wijding van het chrisma (de heilige olie) hoort in zeker zin tot het sacrament van het vormsel. Op de avond vóór Witte Donderdag wijdt de bisschop tijdens de chrismamis voor heel zijn bisdom het heilig chrisma. Vertegenwoordigers van elke parochie in het bisdom halen de heilige olie voor hun parochie op en brengen deze in de Paaswake de geloofsgemeenschap binnen. Net als het doopsel is het vormsel een eenmalig, onuitwisbaar teken. Het sacrament kan maar eenmaal worden ontvangen.

Eucharistie

Eucharistieviering
Leven en vieren vanuit geloof is in onze geseculariseerde (= verwereldlijkte) tijd niet vanzelfsprekend. Geseculariseerd wil zeggen dat veel mensen in onze tijd vinden dat je uitermate zinvol kunt leven zonder God. Onze tijd stelt vragen bij ‘God’ in onze wereld en stelt de mens centraal. Aan de andere kant kent onze tijd ook de verwondering om de schoonheid van de ondergaande zon, natuurkrachten. En we laten ons inspireren door de grootse ervaring van nieuw leven geboren zien worden, of rituelen rond afscheid van het leven. Daarin hebben we ervaringen van heiligheid, van iets dat ons menselijk bestaan overstijgt. Liturgie zoekt aansluiting bij dit besef: dat de goddelijke wereld alles wat de mensenwereld is, overstijgt. Liturgie, en met name de eucharistie, brengt het Heilige in onze mensenwereld. Niet vanuit de ratio, maar vanuit de ervaring of emotie dat ‘er meer is’.

Het sacrament van de eucharistie staat in het hart van de liturgie van Katholieke Kerk. Het voltooit de sacramenten op basis van wat Jezus van de gelovigen vraagt: “Doe dit om Mij te gedenken”. Met deze woorden schonk Jezus zichzelf als brood en wijn aan zijn vrienden weg. “Dit is mijn Lichaam en Bloed”. Wij vieren eucharistie omdat Jezus ons daartoe heeft aangespoord tijdens het laatste avondmaal. Wij gedenken in de eucharistie Zijn “Hier ben ik. Wij geven daarmee te kennen dat deze gedachtenis geen vrijblijvende herinnering is, maar de opdracht datgene te doen wat Hij heeft gedaan.
Een eucharistieviering is de gedachtenis aan Pasen, ook wel klein-Pasen genoemd. Het is een sacrament dat men telkens weer mag ontvangen, tot kracht om Zijn weg te gaan.

Eucharistieviering

De Openingsrite heeft tot doel mensen van buiten naar binnen te brengen. Dat we ontvankelijk worden, ruimte maken in onszelf om de ander binnen te laten. Dan worden we van eenlingen die de kerk zijn binnengelopen, Volk van God, een eenheid. Wanneer we samen zingen, bidden en vieren worden we tot gemeenschap. De openingsrite bestaat uit: intocht, begroeting, inleiding en schuldbelijdenis, Kyrie eleison, Gloria (in bepaalde tijden van het kerkelijk jaar) en gebed.
De Dienst van het Woord zegt het al. Het Woord van God staat centraal. In veel parochies wordt één lezing uit het Eerste of Oude Testament en een Evangelie gelezen. Tussen de eerste en tweede lezing (in geval van drie lezingen) wordt een psalm en vóór het Evangelie Alleluia of een ander gezang gezongen. Na het Evangelie volgt de overweging (homilie) en de geloofsbelijdenis. De voorbeden sluiten de woorddienst af.
De Dienst van de Dankzegging bestaat uit drie grote delen: bereiding van de gaven, het eucharistisch gebed en het ter communie gaan. Tot de kern van de dienst van de dankzegging (oftewel eucharistie) behoren brood en wijn, die door de woorden van Christus en de aanroeping van de Heilige Geest het lichaam en bloed van Christus worden. Bij de consecratie tijdens de het eucharistisch gebed spreekt de priester de woorden uit waardoor de gaven van brood en wijn wezenlijk veranderen in het Lichaam en het Bloed van Jezus. Dit is het mysterie van het geloof. De woorden van de consecratie zijn:
NEEMT EN EET HIERVAN, GIJ ALLEN, WANT DIT IS MIJN LICHAAM DAT VOOR U WORDT GEGEVEN.
NEEMT DEZE BEKER EN DRINKT HIER ALLEN UIT, WANT DIT IS DE BEKER VAN HET NIEUWE, ALTIJDDURENDE VERBOND. DIT IS MIJN BLOED, DAT VOOR U EN VOOR ALLE MENSEN WORDT VERGOTEN TOT VERGEVING VAN DE ZONDEN. BLIJFT DIT DOEN OM MIJ TE GEDENKEN.
Het is door de verandering van het brood en de wijn in het Lichaam en Bloed van Christus dat Christus werkelijk tegenwoordig gesteld wordt in dit sacrament. Na het eucharistisch gebed wordt het Onze Vader gebeden in voorbereiding op de communie (=gemeenschap). Opvallende aspecten zijn hier de vredeswens en het breken van het Brood. Na de uitnodiging gaat de geloofsgemeenschap ter communie. Dat wil zeggen dat de gemeenschap het Brood, Hier ben ik, ontvangt. Het slotgebed beëindigt de dienst van de dankzegging.
De Slotriten bereiden de mensen voor de kerk te verlaten, de wereld in te gaan als Mensen van Zijn weg en daar Zijn werk voort te zetten. Na eventuele mededelingen volgen de zegen (een wens dat de mensen zich in hun leven goed mogen ontwikkelen, het vertrouwen dat God daarbij helpt) en wegzending (“ite, missa est” werd er vroeger gezegd). Ga en vervul de opdracht die we als geschapen mensen, als mensen van de Weg gekregen hebben. Ga en dank God, want Hij wijst de weg.
De gehele eucharistie is niet gericht op wat er binnen in de kerk gebeurt, maar op de doorwerking van de eucharistie naar buiten.

Boete en verzoening

Boete_verzoeningDit sacrament wordt traditioneel geassocieerd met de biechtstoel en vaak nog steeds ‘de biecht’ genoemd. De biechtstoel wordt in de meeste Nederlandse Katholieke Kerken niet meer gebruikt en meestal vindt het sacrament plaats na gesprekken met de priester. In dit sacrament ontmoet de gelovige Onze Lieve Heer die de berouwvolle steeds weer vergeeft. Het is aan Jezus Christus om je zonden te belijden en het is dan ook Hij die vergeving geeft, via de priester die de biecht hoort. Het gaat hier om een sacrament, omdat Christus zelf de zonden vergeeft.

Vallen en weer opstaan

God heeft de band tussen Schepper en schepping gemaakt. Hij wil een onverbrekelijk verbond tussen de mens en Hem, een liefdesverbond dat goed is omdat Hij het heeft geschapen. God gaf aan Mozes de Wet, een wijze van leven die goed is. Het zijn de Tien Woorden (geboden), algemene richtlijnen om je leven in te richten. Zonde leidt tot afzondering en verwijdering van dat wat God bedoelt. Het verbreekt de relatie tussen God en de mens. De zonde tast ook de relatie met de kerkgemeenschap aan. God wil zich altijd weer opnieuw met de mens verbinden. In dit sacrament bekeert de mens zich opnieuw tot God en vraagt God op een om vergeving om zo de relatie met God en mensen te herstellen. Het sacrament is gericht op heelmaking: heelmaking van de relatie God-mens én heelmaking van de mens zelf die gebukt gaat onder schuldgevoel. Het sacrament wil een nieuwe start maken, vanuit hoop en vertrouwen dat mensen bij God terecht kunnen. Vanuit dit vertrouwen gaat de mens de wereld in, en zal ook daar met mensen een nieuwe start kunnen maken. De biecht is dan vooral ook een sacrament dat nieuwe kracht geeft. Het sacrament werkt genezend en helend.

Het sacrament van boete en verzoening kan men zo vaak ontvangen als nodig is. De leer van de Katholieke Kerk vraagt mensen om minimaal eenmaal per jaar – liefst rond Pasen – je zonden te belijden. Dit kan in de vorm van een gesprek met een priester en eventueel het ontvangen van het sacrament. Veel geloofsgemeenschappen kennen de vorm van een boeteviering, meestal vóór Kerstmis en vóór Pasen. In een dergelijke viering richt de gehele geloofsgemeenschap zich op het besef dat we niet alles goed doen in ons leven. De gemeenschap vraagt in gebed God en elkaar om vergeving.

Ziekenzalving

ZiekenzalvingWie ziek is heeft op een bijzondere wijze Gods’ genade nodig. Daartoe kan het sacrament van de ziekenzalving steun, hulp en de genade van de heilige Geest geven aan de zieke en mensen die om de zieke heen staan. Aan zieken, aan mensen die voor een levensgevaarlijke operatie staan of aan mensen die hun levenseinde zien naderen kan het sacrament van de ziekenzalving worden toegediend. Het sacrament is bedoeld om kracht te geven in het lijden. Het evangelie getuigt van de zorg van Jezus voor de zieken. Jezus geeft ook de opdracht om hulp en aandacht te besteden aan de zieken. Het sacrament van de ziekenzalving is door Christus ingesteld en in de brief van de apostel Jakobus aanbevolen. In de brief van Jakobus staat dat de zieken met olie moet worden gezalfd met het doel dat zij worden gered.

Het sacrament van de ziekenzalving geeft de zieke de genade van de heilige Geest. Het geeft de mens hulp en steun en het schenkt hem hoop en vertrouwen op God en tegen de angst voor de dood en eigen zonde. De kracht van het sacrament komt tot uiting dat het de zieke helpt het lijden te dragen of te bestrijding.

Het sacrament kan worden herhaald, telkens als de noodzaak aanwezig is, bijvoorbeeld bij herhaaldelijke operaties, of bij mensen op zeer hoge leeftijd, waarvan hun gezondheid is achteruitgegaan. Het verdient aanbeveling het sacrament niet te lang uit te stellen. Het is zowel voor de zieke als voor aanwezige familieleden/dierbare fijner wanneer hij/zij de viering van het sacrament in het volle bewustzijn kan meemaken en de kracht ervan mag ervaren.

De viering van het sacrament

De priester kan afwijken van onderstaande vorm. De openingsritus bestaat uit de begroeting en besprenkeling met wijwater. Na de schuldbelijdenis, volgt een (eigen gekozen) schriftlezing en de voorbede. Daarna zegent de priester de zieke onder een handoplegging. Vervolgens worden het voorhoofd en de handen gezalfd. Indien mogelijk volgt er een eucharistieviering waarin de zieke en de aanwezigen de communie ontvangen.

Huwelijk

HuwelijkDe Bijbel begint met de schepping van man en vrouw naar Gods beeld en gelijkenis. Het is God die de mens uit liefde heeft geschapen, en de mens ook tot de liefde roept.

Als een man en een vrouw elkaar ontmoeten en van elkaar gaan houden, liefhebben, willen ze altijd bij elkaar zijn. Zij willen een verbond sluiten voor de rest van hun leven: de vorm die de kerk daarvoor heeft, is het kerkelijk huwelijk. De geliefden beloven elkaar de liefde ten overstaan van de gemeenschap, vertegenwoordigt door de priester. Ze geven elkaar hun ‘ja-woord’, om op deze manier te worden verbonden door God, wetende ‘dat wat God heeft verbonden, een mens niet mag scheiden’. Het is daarom met recht een sacrament van de levensstaat. Een sacrament dat men eenmaal kan ontvangen, tenzij men door de dood wordt gescheiden. Wanneer de overgebleven partner nieuw levensgeluk vindt kan men opnieuw in het huwelijk treden.

De viering

De viering van het huwelijk wordt afgesproken in de voorbereidende gesprekken tussen de pastor en de huwelijkskandidaten. Naast kerkelijke regels is de persoonlijke geloofsbeleving van belang bij de keuze van de vorm. De huwelijksviering kan pas plaats vinden na het burgerlijk gesloten huwelijk (dit schrijft de wet voor). In de Latijnse ritus heeft de viering van het huwelijk tussen twee christen gelovigen gewoonlijk plaats tijdens een Eucharistie (een huwelijksmis), vanwege de band van alle sacramenten met het paasmysterie van Christus. Dit is de traditionele wijze van een kerkelijk huwelijk. Aan het einde van de mis wordt vaak een gebed of lied opgedragen aan Maria.

Maar er bestaan ook andere vormen. In een huwelijkssluiting met gebedsviering beamen de echtgenoten elkaar de liefde. De viering wordt geopend met een openingsgebed en passende teksten uit de Bijbel (een evangelietekst) of uit de traditie. Maar ook een tekst uit andere tradities of niet religieus is wel mogelijk. Ook worden passende religieuze liederen gezongen, waarin het huwelijk, de band tussen mens en God of de liefde tussen man en vrouw centraal staat. De huwelijkssluiting met zegen staat centraal, er is plaats voor verschillende gebeden (voorbeden, dankgebeden, (eigen geformuleerd) huwelijksgebed) en momenten van bezinning. Er wordt afgesloten met een dank- en slotgebed of slotzegen.

Een huwelijkssluiting met zegen is een ook een vieringvorm. Hierin is ruimte voor een evangelielezing en enkele symbolische handelingen zoals het zegenen van de ringen, het aansteken van de eigen doopkaarsen en de huwelijkszegen. De viering kan worden aangevuld met religieuze liederen.

De kerk erkent het huwelijk pas, als het in een kerk is voltrokken, vanwege de sacramentele werking. Een burgerlijk huwelijk is een onderdeel van de volledige huwelijksvoltrekking. Voor de wet mag je niet alleen in een kerk trouwen (zoals dat bijvoorbeeld in Engeland wel kan). Wat ook anders is, is de ontbinding van een kerkelijk huwelijk. Voor de wet is het relatief vrij eenvoudig van elkaar te scheiden. Omdat het God is die het huwelijk voltrekt, is het vrijwel niet mogelijk voor de rooms-katholieke Kerk te scheiden. Volgens het kerkelijk recht zijn er wel mogelijkheden. Voor vragen dient u zich te melden bij de kerkelijke rechtbank van uw bisdom.

Wijding

Priesterwijding
De katholieke kerk kent drie graden van wijdingen: die van bisschop, die van priester en die van diaken.

De wijding van de bisschop geeft, samen met de heiligingstaak, ook de taak om te onderrichten en te besturen. De handoplegging en de wijdingswoorden verlenen de genade van de heilige Geest zodat de bisschoppen de rol van Christus (als leraar, herder en priester) vervullen en in zijn persoon optreden. De bisschoppen hebben hun diensttaak aan verschillende personen doorgegeven.

De apostolische zending is doorgegeven aan de priesters. Omdat het priesterlijk ambt in verbinding staat met het bisschopsambt, deelt het ook in het gezag waarmee Christus zijn lichaam opbouwt, heiligt en bestuurt. Daarom is er het sacrament dat de priesters door de zalving van de heilige Geest tekent.

De diakens hebben op een bijzondere wijze deel aan de zending en de genade van Christus. Het wijdingssacrament is ook hier een merkteken dat niemand kan uitwissen en dat hen gelijkvormig maakt aan Christus, die de ‘diaken’, dit is de dienaar, van allen geworden is. Diakenen hebben van oudsher als eerste taak de zorg aan de armen. Daarnaast kunnen zijn ze actief zijn in eucharistie vieringen, assisteren bij een huwelijk en kerkelijke uitvaarten leiden.

Geroepen om zich onverdeeld te wijden aan de Heer en aan ‘zijn zaak’, geven de wijdelingen zich geheel aan God en de mensen. Dit betekent, dat zij celibatair leven, dus ongehuwd. Overigens heeft het celibaat niet altijd bestaan. In de begintijd van het christendom waren er zowel gehuwde als ongehuwde priesters. In de Oosterse Kerken zijn er nog steeds gehuwde priesters. Onder paus Gregorius werd het celibaat (1136) in de Latijnse Kerk ingevoerd.

De viering

De viering van een wijding is belangrijk en daarom worden zoveel mogelijk gelovigen uitgenodigd de wijding mee te vieren. De wijding is bij voorkeur op een zondag in de kathedraal van het bisdom. Het is de bisschop voorgehouden de wijding te verrichten. Wilt u een wijding meemaken, kijk dan op de website van uw bisdom of bel met uw bisdom.